Drie horens en de Eindhovense stadsrechten.

Gepubliceerd op: 02-11-2017 foto #51935 6 commentaren 1 stemmen

Categorie:-    Stadsdeel:Eindhoven Algemeen    Jaar:0 Groep:-    Bijdrager:Frans Gommers -c-

OMSCHRIJVING

Bij de behandeling van de typische Eindhovense stadsrechten bij foto 51893 op onze beeldbank gaven we al aan, dat er eigenlijk drie verschillende rechtsmachtkringen toepasselijk waren op het Eindhovens grondgebied. Er waren drie wetgevende machten, die tegelijkertijd op één feitelijk gebeuren binnen dat gemeentelijk grondgebied toepasselijke regels zouden kunnen geven: de Hertog van Brabant, uiteraard, want die was de souvereine landsheer over heel Brabant, en daar lag Eindhoven nu eenmaal in. De stadsbestuurders zelf, want in die stadsrechten stond uitdrukkelijk dat zij wetgevende bevoegdheden kregen over alle handelingen en gedragingen die verband hielden of konden houden met het recht om binnen Eindhoven een weekmarkt te houden. Eigenlijk draaide het dáár bij die uitoefening van die stadsrechten allemaal om. Ten derde: de vazallen van de Hertog van Brabant, die binnen dat gemeentelijke gebied bepaalde feiten mochten opgeven of aanwijzen, die "belastbare feiten" zouden opleveren, waarvan de opbrengsten in de kas zouden vloeien van die vazallen. Drie rechtsmachtkringen waren dus tegelijkertijd toepasselijk. Dat noemt het internationale recht tegenwoordig "een positief jurisdictieconflict". Dat moderne recht vindt, dat je zo'n conflict niet moet scheppen. Er is een rechtsbeginsel, dat één feitelijk gebeuren één reactie van rechtswege moet kunnen opleveren. Is die reactie er, dan moet het daarmee afgelopen zijn: het recht -- van welke herkomst en inhoud ook -- moet dan na die ene reactie niet nóg eens in actie kunnen komen. Men noemt dat het "ne-bis-in-idem"-beginsel. Letterlijk: niet twee of drie of meer keren reageren op hetzelfde feit. Dat is het "idem" in deze Latijnse spreuk. De nationale overheid moet zich daaraan houden. Maar de staten onderling ook. Het gekke is, dat dat beginsel in de middeleeuwen in de Kempen wél bekend was, maar voor poorters niet gold. Stel, dat een Eindhovenaar postduiven aanbood op de dinsdagmarkt in Eindhoven. In de dertiende eeuw. Tenminste, hij bood diertjes aan die een postduivenring om hadden. Hij zou ze zelf gekweekt hebben. Maar in realiteit waren het gewoon wilde duiven die hij in Blixembosch gevangen had. Goed getrainde postduiven waren heel wat waard. Hij staat op de markt te roepen dat hij een uniek trainingsprogramma heeft opgezet en dat deze dieren daar garandeerde wedstrijdvliegers mee zijn geworden. Hij verkoopt de hele mand tegen een mooi doorvoede big, want muntverkeer is er nog niet. Later komt de koper tierend terug: hij heeft ontdekt dat de duiven, verluisd, ordinaire houtduiven zijn. Hij opende de mand en weg waren de vliegende ratten. Hij wil de big terug. Maar de verkoper weigert en slaat, in de ruzie, de koper met zijn stok tot bloedens toe. Op dit feitelijk complex waren allereerst de strafbepalingen van de Hertog toepasselijk: in zijn rechtsgebied mocht men elkaar niet mishandelen met lichamelijke letselschade als gevolg. Dat was een misdrijf, waarvoor de Hertog zijn jurisdictie had voorbehouden. Het recht om duiven te houden was gereserveerd voor de graaf van Horne, een vazal van de Hertog. Die kon voor de uitoefening van dat recht geld vragen. En dat dééd hij ook. De Eindhovense marktverkoper had natuurlijk geen vergunning voor de beweerde duivenmelkerij terwijl hij toch pretendeerde duiven te verkopen binnen het rechtsgebied waarvan het duivenrecht was voorbehouden aan die graaf. Verder beging de verkoper stomweg een handelsmisdrijf: oplichting via een samenweefsel van verdichtsels en een valse hoedanigheid. Die complexe situatie bracht dus drie jurisdictie-aanspraken in beweging. Een jurisdictieconflict. Hoe los je dat op?

Het bijzondere is dat het Wapen van Eindhoven (linksboven) is samengesteld vanuit de aanname, dat dat conflict normaal is. Rechts de drie hoorns van de Graaf van Horne. Zij drukken zijn landsheerlijke macht uit binnen het Eindhovense. Links de linksklimmende Leeuw van de Hertog van Brabant: dat is de Hertogelijke rechtskring. Samen het schild van Eindhoven: dat is de osmose van de rechtskring van de Eindhovense vroedschap, die geschapen is bij de erkenning van de stadsrechten in 1232. Het Brabantse recht gaf allerlei oplossingen voor dat positief jurisdictieconflict. Wie mag éérst, waarom en hoe legt hij tenuitvoer? Maar óók: is deze terzijde stelling van dat ne-bis-in-idembeginsel eigenlijk wel te pruimen? Wat is dat voor een recht, waarbij de burger nooit zeker weet of zijn vervolgingen in rechte geëindigd zijn? De Graaf van Horne voerde de drie horens, omdat hij militair gouverneur was voor de prins-bisschop van Luik. Hij klaroende de hulptroepen bijeen als een vijandelijke legerafdeling het Maasdal binnen viel. Hij had daarbij drie oeversegmenten te bewaken van de Maasbedding. Daarom: drie hoorns. Van Venlo tot aan het rechtsgebied van Maastricht had die graaf een preventieve taak. Hij had deerlijk centen nodig. En daarom kreeg hij van de hogere landsheren allerlei heerlijke rechten die geld in het laadje moesten brengen. In Woensel, dat was destijds het belangrijkst, want dat omvatte een enorm dekenaat. Maar in Eindhoven óók, want die weekmarkt bracht centen aan. En daar wilde de graaf van Horne wel een centje van meepikken, letterlijk, via de duiven. In de collage zien we een versie van deze claim op het drapeau van de Hornese Harmonie "De Drie Horens", dezelfde horens die aanknopingspunt zijn voor het Eindhovense jurisdictieconflict. Op dat drapeau en de drie wapens (Eindhoven, Woensel en Horne) gaan we in. Ons commentaar is uitgebreider vervat in een studie die Mr. Theo Linssen heeft doen plaatsvinden, de voorzitter van deze Hornese Harmonie. Theo Linssen gaf al eerder opdrachten voor dergelijke rechtshistorische studies binnen het rechtsgebied van de graaf. Ook in Eindhoven.

Het stelsel bracht een aparte reeks regelingen mee uit het oogpunt van het ne-bis-in-idembeginsel. Daarop gaan we nu in E-I-B ook in. Het beginsel is belangrijker dan ooit, nu de Europese Unie de Nederlander onderwerpt aan meerdere rechtskringen tegelijkertijd. De regelingen uit de middeleeuwen reiken ons daarbij bijzondere oplossingen aan. Zo kan de heemkunde het Nederlandse recht in Unieverband verrijken met historische en toch nieuwe invalshoeken. We geven vijf commentaren.

Omschrijving: Gerard Strijards.
Collage: Frans Gommers.
.

DEEL DEZE FOTO    

SOORTGELIJKE FOTO'S



COMMENTAREN (6)



SIGN IN OR REGISTER TO JOIN THE CONVERSATION


© Copyright 2013 EINDHOVEN-IN-BEELD.nl Alle rechten voorbehouden.