"'t Joris".

Gepubliceerd op: 30-07-2017 foto #51393 5 commentaren 1 stemmen

Categorie:School - Voortgezet O. - St. Joriscollege.    Stadsdeel:Stratum    Jaar:2017 Groep:-    Bijdrager:Bert van Herk

OMSCHRIJVING

Een totaal-opname van de oorspronkelijke bakermat van de scholen-gemeenschap die de Eindhovenaren decennia kenden als "'t Joris", een massief gebouw uit de dertiger jaren van de vorige eeuw. Het middelbare school-complex werd gesticht in 1917 waarbij de initiatiefnemer de taal- en letterkundige Dr. H.W.E. Moller was, een Hollander afkomstig, zoals zovelen, uit de West-Duitse Laagvlakte, verdreven, om den gelove, door de machinaties van Otto Von Bismarck, de stichter van het Duitse Keizerrijk in 1870. Bismarck was minister-president van het Koninkrijk Pruisen en verenigde de Noord-Duitse staten in een federatieve bond tot het Duitse Rijk, nadat hij oorlog had gevoerd tegen de erfvijand, het Franse Keizerrijk onder Napoleon III. De Pruisische prins Wilhelm von Hohenzollern, was tevoren Pruisisch Koning geworden. In stede van zijn maanzieke broeder. Bismarck wenste binnen het nieuwe Keizerrijk zo min mogelijk katholieken. Zijn Rijk zou vooral Luthers moeten wezen. Hij begon daarom een geloofsstrijd tegen de katholieken, ook wel bekend als "Die Kulturkampf" en verdreef vooral de katholieke intellectuelen naar het als tolerant bekend staande Holland. Moller was één van hen. Hij ging als noviet bij de Jesuïten in Amsterdam, waar hij de basis legde voor zijn humaniora. Hij zette zich in voor de emancipatie van de katholieken in Nederland en meende dat hij daartoe een katholieke universiteit moest stichten in Noord-Brabant, het bestendige katholieke wingewest. Hij was nogal strijdbaar, politiek daadkrachtig, wat door zijn Orde weinig geapprecieerd werd, zodat hij toch maar uittrad: het ideaal stelde hij boven de gelofte van gehoorzaamheid. Hij haalde doctorstitel in de letteren en werd privaat-docent aan de gemeentelijke universiteit van Amsterdam, een hele prestatie. Hij werd uitgever en redacteur van strijdschriften, waarin hij zijn universitair ideaal uitdroeg. Hij richtte "De Katholieke Leergangen" op als intermediair, een vereniging gericht op het verschaffen van diploma's aan katholieke mannen die middelbaar onderwijs zouden moeten gaan geven aan het "Katholieke Volksdeel". Hij verplaatste deze leergangen naar Tilburg, met het oogmerk ze tot universiteit te doen uitgroeien, om het katholieke middenkader van de opkomende groot-industrie te voorzien van gedegen orthodox middelbaar onderwijs. In Brabant was er wel behoefte aan dat soort onderwijs, maar dan vooral vaktechnisch gericht op handelswetenschappen, waaronder economie. Maar voor echt universitair onderwijs op rooms-katholieke grondslag in de alpha-, beta- en gamma-wetenschappen vonden de Brabantse notabelen de universiteiten van Leuven en Gent beslist verkieselijker. De noordelijke hogescholen wezen zij, als Moller, af als "broedplaatsen van ongeloof".

Het probleem was daarbij dat de academische graden van die Belgische universiteiten in Nederland geen erkenning hadden volgens de Hoger Onderwijswetgeving van J.R. Thorbecke. Het gevolg was dus dat de erkende academici tot ver in de eerste vijf decennia van de twintigste eeuw in Brabant steeds mannen waren uit Noord-Nederland. Dat bleef voor Moller onaanvaardbaar. Het ging dan vooral om juristen, artsen, dierenartsen (vee-artsen), ingenieurs en leraren. De Nederlandse bisschoppen vonden een echte, volledige, katholieke universiteit veel te hoog gegrepen. Mgr. Henricus van de Wetering, de aartsbisschop van Utrecht, voorop. Moller werd dus tegengewerkt door het episcopaat en sloeg weinig tactvol in het openbaar van zich af: in dat opzicht bleef hij iets Pruisisch behouden. Zijn leergangen mochten geopend worden, niet in Eindhoven -- zoals Moller wilde -- maar in Tilburg en van een universiteit in Brabant zou voorlopig geen sprake zijn. Het was voldoende als er in Eindhoven een driejarige Handelsdagschool kwam. Een Hogere Burgerschool zou aardig zijn, daarover viel nog te marchanderen, maar een volledig opgetuigd gymnasium, dat konden Moller en zijn kompanen vergeten. Mocht iemand om katholieke geloofsredenen zo'n instelling willen bezoeken, wel, dan waren er de religieuze congregaties die al klein-seminaria onderhielden en ervaring hadden met "De Latijnse School". Te weten: die van vóór de Franse Revolutie. Waar men opgeleid werd in de klassieke welsprekendheid: "informare ad perfectam eloquentiam". Eindhoven trof het dat daar in 1891 de Augustijnen zich hadden gevestigd. Die waren met dat recept bekend en dreven een school die als gymnasium was gepresenteerd, al vond het einddiploma nog niet de burgerrechtelijke erkenning als die van een Rijksgymnasium. Daaraan zou gewerkt worden. Voorlopig mocht ene Drs. van den Donk beproeven of een driejarige handelsdagschool in het Eindhovense levensvatbaar was. De bisschoppen hadden hun twijfels. Moller vonden ze veel te strijdbaar: hij liep kilometers voor de troepen uit. Voor een militair aanvoerder strategisch nooit een goede uitgangspositie. Van den Donk was plooibaarder. Zo begon " 't Joris". In het Sint-Vincentiusgebouw aan de Eindhovense Kloosterdreef. Het onderwijs moest gericht zijn op emancipatie van de rooms-katholieken als volksgroep, als zuil. De katholieken heetten per definitie "achtergesteld". Zelfs rekenkunde of boekhouden zouden daarom katholiek moeten zijn. Verder zou overal de katholieke zedeleer maatstaf bij moeten zijn, ditmaal vooral geïnterpreteerd als sexuele zedeleer. Dat dwong tot absolute segregatie van de sexen in het onderwijsprogramma, ook bij scheikunde, natuurkunde en natuurlijk helemaal bij biologie. Volgzaamheid aan het episcopaat zou basisconditie moeten zijn van schoolleiding en leerlingenbestand. Daar had het Moller aan ontbroken. De poorten naar de academische wetenschap of de moderne samenleving hoefden niet per se ontsloten te worden. Liever eigenlijk niet, aldus de clericale huisvrouw die inmiddels op de Bossche bisschopszetel was komen te zitten: de roemruchte Arnoldus Frans Diepen, ook bekend als "Deftige Nol". Nol zou het zaakje van die Van den Donk in de smiezen houden.

Foto's: Bert van Herk.
Tekst: Gerard Strijards.
.

DEEL DEZE FOTO    

SOORTGELIJKE FOTO'S



COMMENTAREN (5)



SIGN IN OR REGISTER TO JOIN THE CONVERSATION


© Copyright 2013 EINDHOVEN-IN-BEELD.nl Alle rechten voorbehouden.