JAN VAN LIESHOUT

Gepubliceerd op: 18-05-2017 foto #50852 0 commentaren 0 stemmen

Categorie:Fam./Persoon - overige    Stadsdeel:Centrum - Lieshoutstr.J.v.-/Rozemarijnstr    Jaar:0 Groep:-    Bijdrager:Frans Gommers -c-

OMSCHRIJVING

DE MAN DIE WAARD WAS, DAT ER EEN STRAAT NAAR HEM GENOEMD WERD.

‘Hedenmiddag bij het kleppen van het Angelus (12 uur) is de wellicht meest verdienstelijke burger van Eindhoven, de heer Jan van Lieshout, opgeroepen naar betere gewesten om in de aanschouwing van Gods oneindige schoonheid de grootsche belooning te gaan genieten, welke wel moet zijn weggelegd voor dengene, die zijn lange leven en zijn aanzienlijk fortuin schier ganschelijk heeft besteed ter bevordering van Gods glorie, en ter behartiging van het geestelijk, zoowel als het. lichamelijk heil van zijn evenmensch, van de jeugd en den ouderdom, van den arme en den zieke,’ zo luidde de aanhef van het overlijdensbericht in de plaatselijke krant van 9 juli 1919. Jan van Lieshout werd op 20 februari 1836 te Eindhoven geboren; hij zou daar zijn gehele leven vertoeven, hij zou daar sterven en na een zeer arbeidzaam leven begraven worden. Na het lagere onderwijs had hij een kleinbeetje vervolgonderwijs genoten, maar naast deze aangeleerde kennis beschikte hij over een bewonderenswaardige dosis gezond verstand, ongekunstelde wijsheid, opgedaan in de praktijk van het leven door te luisteren naar mensen met ervaring, en door met een critisch christelijke blik om zich heen te zien. Hij had een open oog en oor voor alles wat er in het stadje gebeurde, het Eindhoven waar hij zo geweldig veel van hield, mogelijk ook omdat hij er de registers persoonlijk van bestudeerd had toen deze nog in het 16de-eeuwse stadhuisje aanwezig waren. Hij was niet onbemiddeld, maar pover opgegroeid en hij had geleerd nooit met geld te smijten als het hemzelf gold, maar royaal te zijn voor anderen, die het minder goed hadden dan hijzelf. Toen hij eenenveertig jaar oud was, werd hij benoemd tot lid van het R.K. Kerkbestuur van de
St. Catharinaparochie, een functie die hij tot aan zijn dood is blijven bekleden. In 1877 werd hij tevens benoemd tot lid van het R.K. Armbestuur van zijn parochie, waarvan hij vijftig jaren lang penningmeester was en daarna van 1892 tot 1918 de hoge en verantwoordelijke post van president bekleedde. In zijn kwaliteit van lid van het parochieel armbestuur heeft hij zich duidelijk
ingezet ten dienste van de christelijke charitas, en mocht er bij tijd en wijle eens te weinig geld in kas zijn, dan vulde hij met blind gebaar uit eigen middelen het tekortkomende aan. Als lid van dat armbestuur beijverde hij zich eveneens voor de ontwikkeling en uitbreiding van het Liefdegesticht, waaraan een verpleegtehuis voor oude mannen en vrouwen was verbonden, naast onderwijsinstellingen als kleuter- en lagere scholen, zowel voor jongens als meisjes, en ten slotte niet te vergeten het ziekenhuis.

In 1879 werd hij op drieënveertig jarige leeftijd gekozen tot lid van de gemeenteraad. Daarin was hij een rustige en geziene figuur. ‘In den raad luisterden zoowel de ouderen als de jongeren gaarne naar zijn meening, die zooveel malen wegens de rijke ervaring die er aan ten grondslag is, is gebleken de juiste te zijn. Nooit drong hij zijn eigen eerlijke opinie, welke hij steeds kort
en bondig meedeelde op, maar gaf deze ook nimmer prijs.’ Vanwege zijn grote kwaliteiten werd hij in 1890 benoemd tot wethouder, waardoor hij de verantwoordelijkheid kreeg voor de portefeuilles van sociale zaken, onderwijs en
culturele zaken. Tevens werd hij in datzelfde jaar ambtenaar van de burgelijke stand.

In september 1909 wilde hij zich volledig uit de politiek terugtrekken, omdat hij zich niet kon verenigen met de schoolpolitiek, welke ontstaan was uit de bittere strijd van de H.B.S.- en M.U.L.O.-partijen. Op verzoek van vele vrienden bleef hij nog diverse jaren lid van de gemeenteraad. Op 7 augustus 1915 zette hij echter een punt achter zijn politieke loopbaan en trok zich ook stil-
aan uit andere openbare functies terug. Toen in september 1906 de nieuwe R.K. pastorie aan het Stratumseind in gebruik werd genomen, betrok Jan van Lieshout de vroegere pastorie, gelegen aan de Rozemarijnstraat, huize ‘De Hopbel’, in 1679 door Willem Poolen ten behoeve der‘R.K. Parochie van Eindhoven aangekocht, en waarachter de schuurkerk werd gebouwd, die meer dan een eeuw door de katholieken gebruikt werd. In 1907 kocht Jan van Lieshout dit oude pand voor de som van f 7500.- van het R.K. Kerkbestuur. Tot het laatste moment is hij actief gebleven. In de voormiddag van de 8ste juli 1919 was hij nog tijdens een uitvaartdienst met de kerkschaal rondgegaan. Na de dienst, op weg naar huis, kwam hij te vallen en liep daarbij een ernstige
hoofdwonde op. Met behulp van toeschietende voorbijgangers en enkele buurtbewoners werd hij naar zijn woning gebracht, waar zijn huisdokter de situatie nogal somber inzag. Deken Damen werd gewaarschuwd en bij volle bewustzijn werd hem in het middaguur het H. Oliesel toegediend. In de loop van de middag verzwakten de krachten van Jan van Lieshout zodanig, dat hij ’s avonds om zeven uur de H. Teerspijze ontving. Langzaam liep nu het leven van de drieëntachtig-jarige ten einde. Bij volle bewustzijn liet hij merken, dat hij begreep, dat de dood niet ver meer was en hij gaf zich volledig over aan Gods H. Wil. De dag erna stierf hij. Onder grote belangstelling werd hij op zaterdag 12 juli 1919 begraven. De St. Catharinakerk was gevuld met dankbare mensen, het gebouw, dat er mede zo uitzag dankzij zijn werken in het kerkbestuur en zijn vele persoonlijke schenkingen, waaronder drie grote gebrandschilderde ramen en de rijkversierde koperen opstand van het hoofdaltaar, welke geschenken hij en zijn vrouw persoonlijk hadden bekostigd. ‘Met de heer Van Lieshout is uit ons midden heengegaan een godvreezende, weldoende grijsaard en een pittig man van de oude stempel.’ Heel zijn leven had hij zich ingezet voor de Eindhovense gemeenschap. Hij was ridder in de Orde van St. Gregorius de Grote en van Oranje Nassau. Toen in 1920, na de annexatie, de straatnamenlijstjes der zes verschillende gemeenten werden vergeleken, werden de doublures geschrapt. De Eindhovense Rozemarijnstraat kreeg toen de naam Jan van Lieshoutstraat, naar deze grote Eindhovenaar, die zijn laatste levensjaren in deze straat had gewoond en die zijn gehele leven had klaargestaan om behoeftigen te helpen, want men kan
zeggen dat armen nooit tevergeefs bij hem hebben aangeklopt. In 1906 had hij zelfs een bedrag groot f 16.000.- vastgelegd, waarvan het vruchtgebruik ten goede moest komen aan arme mensen, terwijl hij in 1916 nog een formidabel bedrag geschonken had voor het bouwen en inrichten van een nieuwe R.K. Meisjesschool aan de Rozemarijnstraat. Tot slot zij hier gememoreerd een bewijs van de vooruitziende blik van deze sociaal bewogen evenmens. Jan van Lieshout was niet alleen president van het R.K. Armbestuur, maar hij had ook de leiding in het gemeentelijk armbestuur. Uit beide hoedanigheden wist hij wat er op dit terrein te koop was, welke noden er waren en welke gelenigd moesten worden, omdat er in die dagen voor de arbeiders zo weinig sociale zekerheden bestonden. Meestal betekende geen werk: geen geld! De meeste arbeiders voelden er niet veel voor ‘zomaar van den arme te leven’ of gesteund te worden door de St. Vincentiusvereniging, waarbij de kans bestond, dat de
kinderen van de armlastigen op schoolplaats of op straat werden uitgescholden voor ‘conferentievreters’ . Jan van Lieshout had nu voor de goede werkwilligen een hulpmiddel gevonden, dat het begin werd van de gemeentelijke arbeidsbeurs.

In 1895 waren er tamelijk veel werklozen in Eindhoven. Hoe kon men dezen aan werk helpen? Een algemene werkverschaffing door het gemeentebestuur was niet mogelijk. Wie liever na volbrachte taak een verdiend loon wilde ontvangen dan de hand voor een aalmoes uitsteken, kon voortaan gebruik maken van een aanmeldingsbord, dat geplaatst zou worden bij de politiewacht onder het stadhuis aan de Rechtestraat. Elke werkloze kon daar zijn naam, adres en beroep noteren. Particulieren of bedrijven die werk hadden, konden daar dan kennis van nemen en men wist met wie men zich in verbinding kon stellen. Een goede vondst waarmee werknemers en werkgevers hun voordeel konden doen.

Aldus Karel Vermeeren in "Eindhoven tussen gloeikouske en gloeilamp."
.

DEEL DEZE FOTO    

SOORTGELIJKE FOTO'S



COMMENTAREN (0)



SIGN IN OR REGISTER TO JOIN THE CONVERSATION


© Copyright 2013 EINDHOVEN-IN-BEELD.nl Alle rechten voorbehouden.