Na honderdtwaalf jaren monastiek gebedsleven.

Gepubliceerd op: 28-08-2016 foto #48701 4 commentaren 1 stemmen

Categorie:Religieus - Kerk - RK - Paterskerk / Kerk v.h.Heilig Hart.    Stadsdeel:Centrum - Tramstraat    Jaar:2016 Groep:-    Bijdrager:Frans Gommers -c-

OMSCHRIJVING

En nu, na een serene, geserreerde, ingetogen en toch feestelijke liturgische dankzegging in die zo oude vertrouwde Paterskerk met het Jesus-Waaghalsbeeld er zegenbrengend bovenop, schreven de paters Augustijnen het "Finitum Est" aan hun Eindhovense kroniek. Na honderdtwaalf jaren monastiek gebedsleven werd deze periode, zo betekenisvol voor Eindhoven, Kempenland en ommelanden, afgesloten met een eucharistieviering en een samenzijn in de tuin, belendend aan het gebedshuis. E-I-B besteedde aan deze periode al de nodige aandacht, in overeenstemming met de onwaardeerbare betekenis die de Orde der Augustijnen in deze kloostergemeenschap in het midden van Eindhoven heeft gehad. Voor het nederig provinciestedeke aan het eind van de negentiende eeuw. Voor de industriële grootstad die Eindhoven werd, rond 1920 uit haar voegen barstend, zich ontworstelend aan vesten en stadsgracht, haar fabrieksarbeiders ophossend naar een nieuwe, voorbeeldeloze toekomst waarin de ritmiek van de lopende band, de drijfwielen en compressoren het maatschappelijk leven zouden gaan domineren. Maar niet bepalen. Want de geestelijke eindbestemming van de mens, als geschapen naar beeld en gelijkenis van de schepper, bleef uitgangspunt van het sociaal ideaal en de ontworpen samenlevingsvormen. Dat werd de oer-katholieke bevolking steeds weer ingeprent door de Augustijnen. De paters deden dat via hun sociaal liefdewerk -- zo heette dat -- en hun godsdienstonderricht, hun liturgische vormenspel, hun speciale sacramentaliën, hun gebedscultus, hun (geleerde) predicaties, hun processies en optochten. Ze deden dat vaak in concurrentie met de wereldheren, de pastoors en kapelaans. Een concurrentie welke soms ontspoorde in zieltjeswinnerij. En soms in banale geldklopperij. Ach, waarom zou je dat verzwijgen? Niets menselijks is de kerk vreemd. En menselijk waren de Augustijnen in hoge mate. Dat wilden ze zijn, dat droegen ze uit, in hun didactisch programma, in hun pastorale bevlogenheid, hun leerstoelen, hun radiopraatjes en niet minder in hun dagsluitingen op de televisie, dat brandnieuwe medium, dat de Orde allerminst versmaadde, maar gretig omarmde in het wijde habijt.

Zo gingen de jaren heen, met steeds dezelfde opdracht, het engagement, de roeping om de mens te herinneren dat hij meer behoefde dan brood alleen, de bereidheid om te luisteren en de gelovige te bedienen, als hij daarom vroeg. Want open bleef de Orde naar de samenleving toe. Het symbool daarvoor is onbedoeld de folly, gelegen in de tuin van het slot-samenzijn op die achtentwintigste augustus van het jaar onzes heren tweeduizendzestien. Ze sluit de kloostergemeenschap niet af. Ze sluit niet aan op noordervleugel noch op de oostelijke wand, waartegen de bibliotheek rustte, destijds in 1420, toen de Windesheimer monniken begonnen met hun geheimvolle schrijfarbeid die resulteren zou in Cloppers' Florarium Temporum, dat bloemhof der tijden, dat een wereldgeschiedenis biedt van katholiek Brabant gezien vanuit het perspectief van 1470. Die vlam vonkte, in de roerige gewelddadige eeuwen nadien. Zij twinkelde, maar doofde niet uit, al scheen het dat het licht onder de korenmaat werd gesteld. En wel blijvend. In 1891 werd die maat weggehaald. En begon het schijnsel te herleven. Via het kloosterleven, het gymnasium, het godsdienstonderricht, de studieuze paters. De kloosterwand, die de folly biedt en suggereert is opzettelijk onaf. De metselaars uit de veertiger jaren van de vorige eeuw hebben dat zo gewild. Er is een poort. Die openstaat naar elders. Ze kan dicht. Maar ook dan sluit die poort niets af. En niets uit. Het licht werd uitgedragen op deze zondag de achtentwintigste augustus. Niet om uit te doven. Maar om elders heilbrengend te schijnen. Dat geloofden vast allen, die zich op die zondag in die paterskerk verenigden rond de tafel. Met een laatste blik op de Tolentijnsretabel, die de sociale toewending verbeeldt. Met een visuele aftasting van de kanselkuip, waarin het "gaat en onderricht alle volken" wordt verbeeld. En met een groet aan de crucifix van het hoogaltaar, vanwege het offer dat nooit tevergeefs geweest kan zijn.
.
.
Tekst: Gerard Strijards
Foto's: John Muller
Collage: Frans Gommers
.

DEEL DEZE FOTO    

SOORTGELIJKE FOTO'S



COMMENTAREN (4)



SIGN IN OR REGISTER TO JOIN THE CONVERSATION


© Copyright 2013 EINDHOVEN-IN-BEELD.nl Alle rechten voorbehouden.